De AOW-leeftijd gaat ook in 2024 niet omhoog. In dat jaar hebben mensen recht op AOW met 67 jaar en drie maanden. Eerder werd al bekend dat de AOW-leeftijd in de jaren 2022 en 2023 onveranderd blijft.

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid baseert zich bij zijn besluit onder meer op de jaarlijkse raming van de levensverwachting door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De levensverwachting van 65-jarigen is voor het jaar 2024 fractioneel toegenomen. Om precies te zijn met 0,04 jaar, ofwel 14,6 dagen. Gevolg is dat een verdere stijging van de leeftijd waarop je aanspraak kunt maken op het AOW-pensioen van de staat niet in het vat zit.

Gemiddeld leven 65-jarigen vanaf 2024 nog 20,63 jaar, tegen een eerdere schatting van 20,59 jaar. “Dit jaar zorgt een lagere longkankersterfte onder vrouwen voor een positievere ontwikkeling van de toekomstige levensverwachting”, meldt het CBS.

Over de verhoging van de AOW-leeftijd is veel discussie. Het kabinet-Rutte III wil de AOW-leeftijd met de levensverwachting laten stijgen, om zo een bijdrage te leveren aan de betaalbaarheid van het staatspensioen. Als de AOW-leeftijd later ingaat, scheelt dit immers in de kosten.

Ook wordt zo de druk verlicht op werkenden die de AOW via de belasting financieren (65-plussers betalen immers geen AOW-premie). Door de vergrijzing komen er verhoudingsgewijs minder werkenden te staan tegenover het aantal gepensioneerden.

Wel is er felle discussie over mogelijke uitzonderingen voor de hogere AOW-leeftijd voor mensen met zware beroepen. Ook willen vakbonden FNV en CNV dat de generieke stijging van de AOW-leeftijd minder snel gaat dan het kabinet beoogt.

LEES OOK: Actuarissen: AOW-leeftijd kan best pas 5 jaar later naar 67